Nieuws Fokwaardeschatting April 2020

categorie Fokwaarden
6
apr
2020
0
Reacties

Bij de nationale fokwaardeschatting zijn voor de volgende zaken aanpassingen doorgevoerd.

  1. Basisaanpassing
  2. Diergezondheidskenmerken
  3. Exterieur: parameters en voorbeenstand
  4. Voeropname: parameters
  5. AMS-interval

 

1. Basisaanpassing

Met de april 2020 fokwaardeschatting word de basis aangepast. Voorheen bepaalden koeien geboren in 2010 het gemiddelde, vanaf april 2020 vormen de koeien geboren in 2015 het gemiddelde. Met de basisaanpassing dalen of stijgen de fokwaarden van niveau (tabel 1).

Naast de basisaanpassing zullen vanaf april 2020 de dieren van het Verbeterd Roodbont ras op de Belgisch Witblauwe basis worden gepresenteerd.

Tabel 1. Basisaanpassing april 2020.
Zwartbont Roodbont Dubbeldoel
NVI 86 73 43
INET 86 78 67
KG Melk 316 299 274
KG Vet 14 11 11
KG Eiwit 13 12 10
Levensduur 218 207 180
Geboortegemak 1 0 -1
Afkalfgemak 2 1 -1
Vruchtbaarheid 2 1 0
Klauwgezondheid 2 2 0
Uiergezondheid 2 1 0
BVK -21 -11 -7
Melksnelheid 0 1 0
Karakter 1 1 1
Exterieur – bovenbalk
Frame 1 0 0
Type 2 1 2
Uier 3 3 2
Beenwerk 2 2 0
Totaal Exterieur 3 3 0
Exterieur – onderbalk
Hoogtemaat 2 2 2
Voorhand 1 0 0
Inhoud 1 1 0
Openheid 2 1 3
Conditie 1 -1 -2
Kruisligging 0 0 0
Kruisbreedte 0 0 0
Beenstand achter 2 2 1
Beenstand zij -1 0 0
Klauwhoek 1 1 -1
Voorbeenstand Nieuw kenmerk
Beengebruik 2 2 0
Vooruieraanhechting 2 3 2
Voorspeenplaatsing 2 1 2
Speenlengte 0 0 -1
Uierdiepte 2 3 1
Achteruierhoogte 3 2 2
Ophangband 1 1 0
Achterspeenplaatsing 1 2 1

 

Tevens zijn de nieuwe basisverschillen bepaald (tabel 2).

Tabel 2. Basisverschillen per april 2020 voor zwartbont(Z), roodbont(R), dubbeldoel(D) en Belgisch witblauw(B).
Kenmerk Basisverschillen
Z > R Z > D Z > B R > D R > B D > B
  Kg melk +573 +1887 +1887 +1314 +1314 0
  Kg vet +8 +62 +62 +54 +54 0
  Kg eiwit +12 +49 +49 +37 +37 0
  Kg lactose +26 +79 +79 +53 +53 0
  % vet (2) -0,20 -0,27 -0,27 -0,07 -0,07 0
  % eiwit (2) -0,10 -0,25 -0,25 -0,15 -0,15 0
  % lactose (2) +0,01 -0,09 -0,09 -0,10 -0,10 0
  INET (2) +72 +354 +354 +280 +280 0
Laatrijpheid -1 +1 +1 +2 +2 0
Persistentie +2 +1 +1 -2 -2 0
Vleesindex 0 -7 -33 -7 -33 -26
  Bevleesdheid koeien -3 -21 -119 -18 -116 -98
  Vetbedekking koeien 3 7 -2 4 -5 -9
  Karkasgewicht koeien 0 -4 -53 -4 -53 -49
  Bevleesdheid kalveren -1 -16 -65 -15 -64 -49
  Vetbedekking kalveren 1 3 -11 2 -12 -14
  Groei kalveren 0 -4 -14 -4 -14 -10
  Vleeskleur kalveren 0 1 -4 1 -4 -5
  Bevleesdheid vleesstieren -1 -15 -70 -14 -69 -55
  Vetbedekking vleesstieren 1 1 -15 0 -16 -16
  Groei vleesstieren 0 -5 -30 -5 -30 -25
Hoogtemaat 2 12 12 10 10 0
Voorhand 1 -7 -7 -8 -8 0
Inhoud 2 10 10 8 8 0
Openheid 3 15 15 12 12 0
Conditie -1 -11 -11 -10 -10 0
Kruisligging -1 -8 -8 -7 -7 0
Kruisbreedte 1 0 0 -1 -1 0
Beenstand achter 0 1 1 1 1 0
Beenstand zij 0 1 1 1 1 0
Klauwhoek 0 -1 -1 -1 -1 0
Voorbeenstand -1 -6 -6 -5 -5 0
Beengebruik 0 3 3 3 3 0
Vooruieraanhechting 0 10 10 10 10 0
Voorspeenplaatsing 1 10 10 9 9 0
Speenlengte 1 -1 -1 -2 -2 0
Uierdiepte 1 10 10 9 9 0
Achteruierhoogte 2 16 16 14 14 0
Ophangband 2 11 11 9 9 0
Achterspeenplaatsing 1 9 9 8 8 0
Frame (2) 1 -1 -1 -2 -2 0
Type (2) 1 -9 -9 -10 -10 0
Uier (2) 1 19 19 9 9 0
Beenwerk (2) 0 3 3 3 3 0
Bespiering (1)(2) 0 0 0 0 0 0
Totaal Exterieur (2) 1 6 6 1 1 0
Lichaamsgewicht 1 -2 -2 -3 -3 0
Levensduur 60 260 260 200 200 0
Overall
  VRU index (2) 0 -5 2 -5 2 7
  Non return -2 -5 0 -3 2 5
  Interval afkalven-1e inseminatie 0 -3 -1 -3 -1 2
  Tussenkalftijd 0 -5 1 -5 1 6
  Interval 1e – laatste inseminatie 0 -4 3 -4 3 7
  Drachtpercentage -1 -3 4 -2 5 7
  Drachtpercentage pinken -1 1 7 2 8 6
  Leeftijd bij 1e inseminatie pinken 1 10 40 9 39 30
  Geboorte-index (2) 0 0 5 0 5 5
  Geboortegemak 0 0 56 0 56 56
  Afkalfgemak 2 4 7 2 5 3
  Draagtijd -1 -1 -5 0 -4 -4
  Draagtijd maternaal 1 0 6 -1 5 6
  Geboortegewicht -1 1 -62 2 -61 -63
  Geboortegewicht maternaal 0 0 17 0 17 17
  Levensvatbaarheid geboorte -1 4 4 5 5 0
  Levensvatbaarheid afkalven 1 -3 -3 -4 -4 0
Kalvervitaliteit, dag 3-365 0 2 2 2 2 0
Kalvervitaliteit, dag 3-14 -1 -1 -1 0 0 0
Kalvervitaliteit, dag 15-180 0 2 2 2 2 0
Klauwgezondheidsindex (2) 0 -2 -2 -2 -2 0
  Zoolbloeding 1 0 0 -1 -1 0
  Mortellaro 1 -2 -2 -3 -3 0
  Stinkpoot -1 -3 -3 -2 -2 0
  Zoolzweer 0 0 0 0 0 0
  Tyloom 0 2 2 2 2 0
  Witte lijn defect -2 0 0 2 2 0
Uiergezondheidsindex (2) -1 1 1 2 2 0
  Subklinische mastitis 0 3 3 3 3 0
  Klinische mastitis -1 -1 -1 0 0 0
Celgetal 0 -1 -1 -1 -1 0
Index reproductiestoornissen (2) 0 0 0 0 0 0
  Aan de nageboorte blijven staan -1 -1 -1 0 0 0
  Niet opgeschoonde baarmoeders 1 0 0 -1 -1 0
  Baarmoederontsteking -1 -1 -1 0 0 0
  Cysteuze eierstokken 1 0 0 -1 -1 0
  Anoestrus 0 0 0 0 0 0
Melkziekte -1 -1 -1 0 0 0
Klinische ketose -1 -1 -1 0 0 0
Subklinische ketose -1 -6 -6 -5 -5 0
AMS efficiëntie 1 2 2 1 1 0
Melk interval 0 6 6 6 6 0
Gewenning van vaarzen -1 -5 -5 -4 -4 0
Melksnelheid 0 -2 -2 -2 -2 0
Karakter 0 0 0 0 0 0
Droge stof opname 0.84 2.93 2.93 2.09 2.09 0
Besparing voer voor    onderhoud (2) -0.25 -0.09 -0.09 0.16 0.16 0
Besparing voerkosten onderhoud (BVK) (2) -15 -6 -6 9 9 0
Ureum -0.2 -0.6 -0.6 -0.4 -0.4 0
(1) Bespiering bovenbalk wordt alleen gepubliceerd voor de Dubbeldoel en de Belgisch
witblauw basis.
(2) Voor omrekening van deze kenmerken worden de onderliggende kenmerken
omgerekend, waarna met de geldende formule het kenmerk wordt berekend. De gegeven
basisverschillen zijn indicatief en gelden voor een gehele populatie.

 

 2. Diergezondheidskenmerken

Vanaf april 2020 zijn er extra fokwaarden beschikbaar voor reproductiestoornissen en voor stofwisselingsaandoeningen.

Voor de reproductiestoornissen betreft het de kenmerken aan de nageboorte blijven staan, niet opgeschoonde baarmoeders (betreft witvuilen, vuilen of etterende baarmoeders), cysteuze eierstokken, anoestrus of inactieve eierstokken en baarmoederontsteking. Deze kenmerken zijn samengevat in een index voor reproductiestoornissen.

Voor de stofwisselingsaandoeningen gaat het om de kenmerken melkziekte, klinische ketose (slepende melkziekte) en subklinische ketose. Deze kenmerken zijn samengevat in een index voor stofwisselingsaandoeningen.

Het kenmerk subklinische ketose is gebaseerd mpr-indicatoren voor subklinische ketose. De overige aandoeningen zijn gebaseerd op registraties door melkveehouders.

De nieuwe kenmerken geven de mogelijkheid om te achterhalen of een stier goed of slecht scoort voor deze aandoeningen. Tevens is het mogelijk om de genetische trend in de populatie te volgen.

Voor deze nieuwe kenmerken geldt dat een hogere fokwaarde resulteert in minder aandoeningen bij de dieren. Dieren met een fokwaarde hoger dan 100 zijn beter dan de gemiddelde koe geboren in 2015.

 

3. Exterieur

De lijst met exterieurkenmerken is uitgebreid met het kenmerk voorbeenstand. Het kenmerk heeft een erfelijkheidsgraad van 14%, wat op een gelijk niveau ligt als overige kenmerken. Een fokwaarden boven de 100 betekent een meer parallelle stand van de klauwen van de voorbenen. Een fokwaarde lager dan 100 betekent een stand van de klauwen naar buiten.

Daarnaast zijn de erfelijkheidsgraden van alle exterieurkenmerken ge-update (tabel 3).

Tabel 3. Erfelijkheidsgraden voor de exterieurkenmerken (onderbalkkenmerken).
erfelijkheidsgraden
Hoogtemaat 0,51
Voorhand 0,21
Inhoud 0,29
Openheid 0,10
Conditie 0,27
Kruisligging 0,33
Kruisbreedte 0,37
Beenstand achter 0,16
Beenstand zij 0,18
Klauwhoek 0,13
Beengebruik 0,13
Voorbeenstand 0,14
Vooruieraanhechting 0,25
Voorspeenplaatsing 0,31
Speenlengte 0,38
Uierdiepte 0,39
Achteruierhoogte 0,26
Ophangband 0,22
Achterspeenplaatsing 0,29

 

4. Voeropname

De eerste publicatie van fokwaarden voor voeropname was in 2014. De eerste erfelijkheidsgraden zijn geschat op 2500 koeien met voeropname gegevens. Nu er veel meer gegevens zijn, te weten 5600 koeien, zijn de erfelijkheidsgraden opnieuw geschat. De nieuwe erfelijkheidsgraden variëren van 17,5% tot 19,7% (tabel 4). In de fokwaardeschatting voor voeropname wordt gebruik gemaakt van 6665 koeien met voeropnamegegevens.

Tabel 4. De erfelijkheidsgraden voor voeropname.
Kenmerk Erfelijkheidsgraad
voeropname lactatie 1 0,175
voeropname lactatie 2 0,185
voeropname lactatie 3 0,197

 

5. AMS interval

Het fokwaardeschattingsmodel voor het kenmerk AMS interval tussen melkingen is aangepast.

De aanleiding voor de aanpassing is een flinke toename van de genetische trend voor de fokwaarde AMS interval bij koeien, terwijl een vergelijkbare trend niet wordt waargenomen bij de fokwaarde AMS interval bij vaarzen, als ook niet bij de overige AMS kenmerken. Op basis van fenotypische informatie is ook een trend wijziging waar te nemen, de intervallen tussen de melkingen bij koeien neemt de laatste jaren af. Bij vaarzen is deze afname van de intervallen veel minder waar te nemen .

Maar de toename in genetische trend (afname van het interval tussen de melkingen) is veel sterker dan wat op basis van observaties bij koeien verwacht mag worden.

De hiervoor beschreven situatie kan duiden op een vorm van selectie bij koeien voor het kenmerk AMS interval. Na analyse bleek dat deze vorm van selectie bedrijf-specifiek is. Om de trend op een meer correcte wijze in te schatten is het effect bedrijf-lactatienummer-jaar toegevoegd aan het model. Hiermee wordt rekening gehouden met selectie binnen bedrijf, tussen koeien van verschillende pariteiten over de jaren heen.

 

Internationaal Nieuws
  • Australië heeft de methode om betrouwbaarheden van de fokwaarden te berekenen aangepast. Daarnaast zijn voor het eerst fokwaarden voor mastitis opgestuurd gebaseerd op mastitisgegevens. Mastitis wordt geanalyseerd met een multiple-trait model waarin mastitis, celgetal en uierdiepte zitten.
  • Tsjechië zal niet langer meedoen met de evaluatie voor levensduur voor Simmental.
  • In Duitsland zal fenotypische data vanaf 2000 gebruikt worden voor alle kenmerken. Vader en moedersvader voor dieren met eigen prestaties moeten voortaan bekend zijn voor genetische evaluaties en het ras van het dier moet overeen komen met het ras van de ouderdieren.
  • Duitsland doet voor de eerste keer mee  met klinische mastitis voor Holstein.
  • Spanje doet voor de eerste keer mee met melksnelheid.
  • Japan doet voor het eerst mee met levensduur en melksnelheid.
  • Polen doet voor het eerst mee met melksnelheid en karakter.
  • In de Verenigde Staten zal voor uiergezondheid bij Holstein en Jersey een maximum van 700 days-in-milk (DIM) voor bruikbare lactatiedata geïmplementeerd worden (in plaats van 400 DIM). Daarnaast is ook een minimumeis van 10% incidentie geïmplementeerd. Voor de mastitis evaluatie worden nu ook Jerseys en kruislingdieren gebruikt. Voor geboortekenmerken zijn nieuwe genetische parameters gebruikt. Bedrijven met meer dan 95% gemakkelijke geboorte worden uitgesloten van de evaluatie evenals doodgeboorte van voor 1990.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.