Hoe kan de bijdrage genomics voor totaal exterieur nog twee punten zijn voor een stier met duizenden dochters?

categorie AEU-blog
14
jun
2019
0
Reacties

Menig veehouder gebruikt de stierzoek-functie wel eens en zal doorgeklikt hebben om meer gegevens van een stier te bekijken in de tabbladen ‘achtergrondinformatie’ en ‘bijdrage genomics’. In ‘bijdrage genomics’ is per fokwaarde weergegeven wat genomics toevoegt. De genomische bijdrage is de genomische fokwaarde min de conventionele fokwaarde.

Een vraag die wel eens gesteld wordt, is: hoe kan het dat een stier met duizenden gekeurde dochters nog steeds een genomische bijdrage van meer dan 1 punt heeft voor totaal exterieur? Hier mag genomics toch geen effect meer hebben? Dat is een terechte vraag, en in deze blog leggen wij uit hoe dit toch kan.

Afronding op hele punten 
In de Nederlands/Vlaamse fokwaardeschatting worden relatieve fokwaarden, dus ook voor exterieur, afgerond op hele punten. Dit houdt in dat een fokwaarde van 104,4 gepubliceerd wordt als 104, en een fokwaarde van 104,5 wordt 105. Als de genomische fokwaarde 104,5 is en de conventionele fokwaarde 104,4, dan is de genomische bijdrage 0,1 punt (104,5 – 104,4), terwijl dat op basis van afgeronde fokwaarden 1 punt is (105 – 104). Het afgeronde verschil is zichtbaar in ‘stierzoeken’ bij ‘bijdrage genomics’.

Stiervoorbeeld Delta G-Force
Laten we een stiervoorbeeld gebruiken om te laten zien hoe dit uitwerkt. De stier Delta G-Force heeft voor totaal exterieur een genomische bijdrage van 2 punten, terwijl er al ruim 8000 gekeurde dochters in de exterieurfokwaarden zijn meegenomen. De afgeronde genomische bijdrage is voor 8 van de 18 onderbalkkenmerken +1 punt fokwaarde. Bij zoveel gekeurde dochters is de verwachting dat er maximaal 1 punt genomische bijdrage is.
De bovenbalkkenmerken zijn composites. Dat betekent dat de fokwaarden voor de bovenbalkkenmerken uit de fokwaarden voor de onderbalkkenmerken worden berekend, zoals beschreven in het kader en in een eerdere ‘blog’. In tabel 1 is weergegeven wat de afgeronde en onafgeronde (genomische) fokwaarden voor de bovenbalkkenmerken zijn.

Tabel 1. Afgeronde en onafgeronde genomische (GFw) en conventionele (Fw) fokwaarden voor bovenbalkkenmerken en de genomische bijdrage (GFw – Fw) op basis van de fokwaardeschatting van april 2019 voor Delta G-Force.

 

afgerond

 

onafgerond

 

GFw

Fw

GFw – Fw

 

GFw

Fw

GFw – Fw

frame

100

98

2

 

99,84

98,46

1,38

type

101

100

1

 

100,96

100,25

0,71

uier

106

105

1

 

105,72

105,08

0,64

beenwerk

108

108

0

 

108,30

108,14

0,16

tot. ext.

108

107,57

106

106,29

2

1,28

 

107,53

106,58

0,95

 

Voor de berekening van de bovenbalkkenmerken worden afgeronde fokwaarden gebruikt. Totaal exterieur wordt berekend uit frame, type, uier en beenwerk, en ook hiervoor worden afgeronde fokwaarden gebruikt. De genomische fokwaarde voor totaal exterieur is voor Delta G-Force: 0,30 x (100 – 100) + 0,15 x (101 – 100) + 0,53 x (106 – 100) + 0,53 x (108 – 100) + 100 = 107,57 en afgerond is dat 108. De conventionele fokwaarde voor totaal exterieur is onafgerond 106,29 en afgerond is dat 106. Voor Delta G-Force is het verschil tussen de genomische en conventionele fokwaarde onafgerond 1,28 punten en afgerond 2 punten totaal exterieur.
Als toch de onafgeronde fokwaarden voor frame, type, uier en beenwerk worden gebruikt om het totaal exterieur uit te rekenen, dan wordt de genomische fokwaarde: 0,30 x (99,84-100) + 0,15 x ( 100,96 -100) + 0,53 x (105,72 – 100) + 0,53 x (108,30 – 100) = 107,53 en voor de conventionele fokwaarde wordt dit 106,58. Daarmee is het verschil tussen de genomische en conventionele fokwaarde slechts 0,95 punten.

Afgeronde bijdrage meestal maximaal 1 punt
Door het gebruik van afgeronde genomische en conventionele fokwaarden kunnen verschillen ontstaan in de genomische bijdrage, ook voor stieren met duizenden gekeurde dochters. Als dan gekeken wordt naar de genomische bijdrage van de onderbalkkenmerken, dan zal de afgeronde bijdrage meestal maximaal 1 punt zijn. Bij sommige veelgebruikte stieren, zoals Delta G-Force, is de genomische bijdrage groter.

 

Composite-formules
De formules om de composites te berekenen voor melkdoel zwartbont en roodbont zijn:
Frame = 0,34 x (voorhanda – 100) + 0,34 x (inhouda – 100) + 0,52 x (kruisliggingd – 100) + 0,52 x (kruisbreedtea – 100) + 100
Type =  -0,026 x (voorhandb – 100)2  –  0,026 x (inhoudb – 100)2 + 0,63 x (openheid – 100) + 0,63 x (conditiescore – 100) + 0,21 x (kruisbreedte – 100) + 101
Uier = 0,37 x (vooruieraanhechting – 100) + 0,09 x (voorspeenplaatsing – 100)  –  0,0075 x (speenlengteb – 100)2 + 0,37 x (uierdiepte – 100) + 0,37 x (achteruierhoogte – 100) + 0,28 x (ophangband – 100)  –  0,28 x (achterspeenplaatsingc – 100) + 100
Beenwerk = 0,23 x (beenstand achter – 100)  –  0,0325 x (beenstand zijb – 102)2 + 0,16 x (klauwhoek – 100) + 0,78 x (beengebruik – 100) + 100
Totaal exterieur = 0,30 x (frame – 100) + 0,15 x (type – 100) + 0,53 x (uier – 100) + 0,53 x (beenwerk – 100) + 100

 

De formules om de composites voor dubbeldoel of Belgisch witblauw te berekenen zijn:
Frame = 0,3 x (hoogtemaat – 100) + 0,4 x (voorhande – 100) + 0,4 x (inhouda – 100) + 0,4 x (kruisliggingd – 100) + 0,5 x (kruisbreedtea – 100) + 100
Type = -0,0258 x (voorhandb – 100)2  –  0,0258 x (inhoudb – 100)2 + 0,31 x (openheid – 100) + 0,42 x (conditiescore – 100) + 0,31 x (kruisbreedte – 100) + 0,31 x (bespiering – 100) + 101
Uier = 0,27 x (vooruieraanhechting – 100) + 0,27 x (voorspeenplaatsing – 100)  –  0,0075 x (speenlengteb – 100)2 + 0,36 x (uierdiepte – 100) + 0,36 x (achteruierhoogte – 100) + 0,36 x (ophangband – 100) + 0,0075 x (achterspeenplaatsingb – 100)2 + 100
Beenwerk =0,32 x (beenstand achter – 100)  –  0,0267 x (beenstand zijb – 102)2 + 0,16 x (klauwhoek – 100) + 0,78 x (beengebruik – 100) + 100
Totaal exterieur = 0,23 x (frame – 100) + 0,15 x (type – 100) + 0,45 x (uier – 100) + 0,45 x (beenwerk – 100) + 0,23 x (bespiering – 100) + 100

 

Legenda:               
a = fokwaarden aftoppen boven 104
b = fokwaarden als optimum inwegen met kwadratische functie: optimum voorhand, inhoud, speenlengte 100 en beenstand zij 102, waarbij fokwaarden die meer dan 12 punten van het optimum afwijken, ook op 12 punten afwijking worden gezet
c = afdempen bij 92 en lager
d = fokwaarden aftoppen boven 108
e = fokwaarden aftoppen boven 106

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *