Fokkerij legt basis voor klauwgezondheid

categorie Coöperatie
6
jan
2021
0
Reacties

De klauwgezondheid van Nederlandse koeien is in de afgelopen tien jaar stapje voor stapje vooruitgegaan. Deze verbetering loopt gelijk op met een verhoging van de genetische aanleg voor klauwgezondheid.

De Coöperatie CRV gaat weer met de leden in gesprek over het fokdoel. De uitkomsten kunnen aanleiding zijn om nieuwe kenmerken te ontwikkelen, de keuringsstandaard aan te passen of de formule voor de NVI te actualiseren. In deze serie tonen we de resultaten van het fokbeleid en volgen we de discussie.

In 2016 werd deelnemers aan de fokdoeldiscussie de vraag voorgelegd welk kenmerk ze zouden willen toevoegen aan de NVI. Klauwgezondheid bleek boven aan het wensenlijstje te staan. Dit leidde ertoe dat sinds april 2018 de fokwaarde klauwgezondheid voor 7 procent de NVI bepaalt. Sinds 2010 berekent de Coöperatie CRV fokwaarden voor klauwgezondheid. ‘Dat we pas tien jaar op dit kenmerk fokken, komt niet doordat er onvoldoende variatie in genetische aanleg is. Maar om fokwaarden te kunnen berekenen heb je data nodig en die zijn pas beschikbaar sinds de introductie van het programma DigiKlauw’, vertelt Gerben de Jong, hoofd van de Animal Evaluation Unit van de Coöperatie CRV. In DigiKlauw registeren klauwverzorgers en veehouders alle klauwaandoeningen per koe. De database bevat gegevens van ongeveer 1300 bedrijven. De fokwaarde klauwgezondheid, die op basis van deze data wordt berekend, is samengesteld uit de fokwaarden voor zoolbloeding, mortellaro, stinkpoot, zoolzweer, tyloom en wittelijndefect.

Stapje voor stapje beter
Uit figuur 1 en 2 blijkt dat de klauwgezondheid op de DigiKlauw-bedrijven van jaar tot jaar verbetert. En dat deze vooruitgang samengaat met een verhoging van de genetische aanleg. ‘De cijfers in DigiKlauw geven aan bij welk percentage van de koeien op enig moment in de lactatie een lichte of zwaardere klauwaandoening wordt gevonden. Als het percentage koeien zonder enig probleem bijvoorbeeld 40 is, betekent dit beslist niet dat steeds 60 procent van de koeien kreupel loopt’, licht De Jong de cijfers toe. ‘DigiKlauw-gebruikers zijn meestal bewust bezig met klauwgezondheid en zullen ook managementmaatregelen nemen. Maar duidelijk is dat verbetering in klauwgezondheid mogelijk is en dat fokkerij hierbij een belangrijke rol kan spelen’, concludeert hij. Deze conclusie wordt onderstreept door de verschillen in klauwgezondheid tussen dochters van stieren. Zo staan in DigiKlauw gegevens van meer dan 10.000 dochters van Delta Atlantic (fokwaarde klauwgezondheid 108). Zij hebben gemiddeld 30 procent minder klauwproblemen dan de 5700 dochters van Batenburg Stellando (fokwaarde klauwgezondheid 100).

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *