Tijdens de indexdraai in april voert Coöperatie CRV een aantal aanpassingen door. Het grootste effect heeft de nieuwe manier waarop genoominformatie in de stamboekfokwaardeschatting wordt opgenomen.
Door deze aanpassing zijn er straks minder schommelingen in fokwaarden, met name bij stieren met dochters die van de eerste naar de tweede lactatie gaan. Ook bij kalveren blijven de genoomfokwaarden zo stabieler.
De nieuwe berekening heeft vooral gevolgen voor jonge genoomstieren. Bij deze stieren zullen in de rangschikking grotere verschuivingen te zien zijn dan bij stieren met dochters aan de melk. Zonder basisaanpassing zou het gemiddelde NVI-niveau van genoomstieren met 24 punten stijgen. Van stieren met dochters en weinig tot geen genoominformatie in hun fokwaarden verandert het NVI-niveau nauwelijks.
Jaarlijkse basisaanpassing
In april vindt ook de jaarlijkse basisaanpassing plaats. Vanaf dat moment vormen de in 2021 geboren koeien de basis waarop fokwaarden worden uitgedrukt. Door deze basisaanpassing sluiten de fokwaarden weer beter aan bij de werkelijke genetische waarde van stieren ten opzichte van de huidige koeienpopulatie.
De fokwaarden voor de meeste kenmerken zullen als gevolg van de basisaanpassing iets dalen. Die daling laat de genetische vooruitgang zien die in 2020 is geboekt. De rangorde van de stieren verandert niet door de basisaanpassing.
In de tabel is de basisaanpassing voor de kenmerken in de NVI-fokwaarde weergegeven. Een min in de tabel betekent dat de fokwaarde voor dit kenmerk daalt, een plus dat de fokwaarde stijgt. Een volledig overzicht van de basisaanpassing voor alle kenmerken staat op de website van Coöperatie CRV.
Onderhoudsbeurt fokwaarde levensduur
CRV heeft daarnaast de fokwaarde levensduur een onderhoudsbeurt gegeven. Het nieuwe model houdt rekening met inteeltdepressie. Ook voert CRV een extra selectie-eis in: bij extreem lange lactaties wordt alleen de overleving tot en met 18 maanden na afkalven meegenomen. Verder zijn de genetische parameters opnieuw geschat om ze beter aan te laten sluiten bij de huidige populatie. Ten slotte zijn ook de genetische correlaties om functionele levensduur om te rekenen naar directe levensduur en de voorspellers voor fokwaarde levensduur opnieuw geschat.
De rangschikking van stieren voor levensduur zal licht veranderen als gevolg van de onderhoudsbeurt. Het gemiddelde niveau en de genetische trend blijven gelijk. Wel daalt de betrouwbaarheid met gemiddeld 3 procent. Veelgebruikte stieren met alleen dochters in de eerste twee lactaties zullen iets sterker dalen in betrouwbaarheid.
Vuilheid van inseminatiepipet
Vanaf april neemt Coöperatie CRV ook scores van de vuilheid van de inseminatiepipet mee in de berekening van fokwaarden voor reproductiestoornissen. Inseminatoren van CRV leggen deze scores vast tijdens het insemineren. De scores zijn een indicator voor een niet-opgeschoonde baarmoeder. Dankzij deze extra informatie stijgt de betrouwbaarheid van de verschillende reproductiekenmerken, zoals aan de nageboorte blijven staan en baarmoederontsteking, met 0,1 tot 4 procent. De betrouwbaarheid van de index voor reproductiestoornissen neemt met 1 procent toe.
Opschoonactie fokwaarde methaan
Als laatste heeft in de data voor de fokwaardeschatting voor methaan een opschoonactie plaatsgevonden. Een deel van de beschikbare gegevens bleek onvoldoende informatief. De fokwaardeschatting voor methaan bevat nu minder, maar wel kwalitatief betere data. De betrouwbaarheid van de fokwaarden zal gemiddeld iets stijgen.
Interbull
Frankrijk heeft de publicatieregels aangepast. Waardoor een aantal Franse dieren hun Interbull waarden missen.
Tabel 1. Basisaanpassing april 2026.
| Zwartbont | Roodbont | Dubbeldoel | |
| NVI | 24 | 28 | 8 |
| INET | 38 | 50 | 26 |
| KG Melk | 38 | 129 | 64 |
| KG Vet | 4.9 | 9 | 2.7 |
| KG Eiwit | 3.3 | 5.9 | 2.8 |
| % Vet | 0.03 | 0.04 | 0.04 |
| % Eiwit | 0.02 | 0.01 | 0.01 |
| Levensduur | 42 | 42 | 15 |
| Geboortegemak | 0.4 | 0.6 | 0.4 |
| Afkalfgemak | 0.2 | -0.6 | -1.6 |
| Vruchtbaarheid | 0.3 | 0.1 | 0.1 |
| Klauwgezondheid | 0.5 | 0.4 | 0.2 |
| Uiergezondheid | 0.5 | 0.0 | 0.1 |
| BVK | 9.7 | 17 | 2 |
| Melksnelheid | -0.3 | -0.4 | -0.3 |
| Karakter | 0.2 | -0.1 | -0.2 |
| Exterieur – bovenbalk | |||
| Zwartbont | Roodbont | Dubbeldoel | |
| Frame | 0.4 | 0.6 | 0.1 |
| Type | 0.6 | 1.0 | 0.3 |
| Uier | 0.8 | 1.1 | 0.1 |
| Beenwerk | 0.8 | 1.5 | 0.1 |
| Totaal Exterieur | 1.1 | 1.6 | 0.1 |
News breeding value estimation april 2026
During the breeding value estimation in April, the CRV Cooperative will be implementing several changes. The most significant change is the new way in which genomic information is incorporated into the breeding value estimation.
This adjustment will result in fewer fluctuations in breeding values in future evaluations, particularly for bulls with daughters going from their first to their second lactation. Genomic breeding values for genomic tested calves will also remain more stable as a result.
The new calculation will primarily affect young genomic bulls. For these bulls, the rankings will show bigger shifts than for bulls with daughters in milk. Without the base year change, the average NVI level of genomic bulls would rise by 24 points. For bulls with daughters and little to no genomic information in their breeding values, the NVI level will hardly change.
Yearly base year change
The annual base year change takes place in April. From that point onwards, cows born in 2021 form the basis on which breeding values are expressed. This base year change ensures that breeding values better reflect the actual genetic value of bulls relative to the current cow population.
The breeding values for most traits will go down slightly because of the base year change. This decline reflects the genetic progress made in 2020. The ranking of the bulls does not change because of the base adjustment.
The table shows the base year change for the traits in the NVI breeding value. A minus in the table means that the breeding value for this trait is decreasing; a plus means that the breeding value is increasing. A complete overview of the base adjustment for all traits is available on the CRV Cooperative website.
Update breeding value longevity
CRV has also updated the longevity breeding value. The new model takes inbreeding depression into account. CRV is also introducing an additional selection criterion: for extremely long lactations, only survival up to and including 18 months post-calving is taken into account. Furthermore, the genetic parameters have been re-estimated to better reflect the current population. Finally, the genetic correlations used to convert functional longevity to direct longevity, and the predictors for longevity breeding value have also been re-estimated.
The ranking of bulls for longevity will change slightly as a result of this update. The average level and the genetic trend remain the same. However, reliability will decrease by an average of 3 percent. Popular bulls with only daughters in their first two lactations will see a slightly greater decline in reliability.
Dirtiness of pipette
Starting in April, the CRV Cooperative will also include scores for dirtiness of insemination pipette in the calculation of breeding values for reproductive disorders. CRV AI-technicians record these scores during insemination of a cow. The scores serve as an indicator of an dirty uterus. Thanks to this additional information, the reliability of various reproductive disorder traits—such as retained placenta and uterine infection (metritis)—increases by 0.1 to 4 percent. The reliability of the index for reproductive disorders increases by 1 percent.
Data clean-up for methane breeding values
Finally, a data cleaning action has been carried out on the data used for estimating methane breeding values. Some of the available data proved to be insufficiently informative. The methane breeding value estimation now contains less data, but of a higher quality. On average, the reliability of the breeding values will increase slightly.
Interbull
France made a change in publication rules, causing some French animals to lose their interbull information
Tabel 1. base year change april 2026.
| Milk goal Black | Milk goal Red | Dual purpose | |
| NVI | 24 | 28 | 8 |
| INET | 38 | 50 | 26 |
| KG Milk | 38 | 129 | 64 |
| KG Fat | 4.9 | 9 | 2.7 |
| KG Protein | 3.3 | 5.9 | 2.8 |
| % Fat | 0.03 | 0.04 | 0.04 |
| % Protein | 0.02 | 0.01 | 0.01 |
| Longevity | 42 | 42 | 15 |
| Maternal calving ease | 0.4 | 0.6 | 0.4 |
| Calving ease | 0.2 | -0.6 | -1.6 |
| Fertility | 0.3 | 0.1 | 0.1 |
| Claw health | 0.5 | 0.4 | 0.2 |
| Udderhealth | 0.5 | 0.0 | 0.1 |
| BVK | 9.7 | 17 | 2 |
| Milkingspeed | -0.3 | -0.4 | -0.3 |
| Character | 0.2 | -0.1 | -0.2 |
| Conformation | |||
| Milk goal Black | Milk goal Red | Dual purpose | |
| Frame | 0.4 | 0.6 | 0.1 |
| Type | 0.6 | 1.0 | 0.3 |
| Udder | 0.8 | 1.1 | 0.1 |
| Feet and legs | 0.8 | 1.5 | 0.1 |
| Overall conformation | 1.1 | 1.6 | 0.1 |
Geef een reactie